Interview met Touki Delphine over Relay, het ontstaan en de toekomst

Bo Koek, Rik Elstgeest, John van Oostrum en Chris Doyle vormen samen Touki Delphine. In 2021 gaan zij op tournee met RELAY – A Life Electric.

Touki Delphine is een collectief van muzikanten, beeldend kunstenaars en performers. De mannen zetten hun klassieke achtergrond om in ambachtelijk beeldend werk en muzikale performances. Werk dat bestaat uit meerdere lagen. Zij putten uit oude en nieuwe muziek, westers en werelds, combineren herinterpretaties met nieuwe composities en beelden, en bewegen dwars door disciplinaire grenzen heen. Geëngageerd en vindingrijk. Serieus en speels tegelijk. Soms vormt een vraag een uitgangspunt, soms een concreet beeld. Resulterend in een dynamische kruisbestuiving voorzien van een geheel eigen signatuur.

Relay is de derde voorstelling over de verstoorde balans tussen mens en natuur. Hoe is het idee voor deze serie ontstaan?

Het idee voor de serie is voortgekomen uit het idee voor een Delphinarium. Een paviljoen zoals die op de wereldtentoonstellingen. Deze moet er in 2024/2025 komen. Een overzichtstentoonstelling van onze werken. Dit Delpinarium moet een kunstmatig indoorpark worden waarin de natuur verbeeld is als een door mensenhanden gemaakte wereld van apparatuur.

De inhoudelijke inspiratie laat zich raden. We staan als mens middenin de omslag naar een technologisch (digitaal) tijdperk. We zullen nieuwe vormen van (samen)leven moeten vinden in co-existentie met techniek. We zijn eigenlijk al enige tijd cyborg aan het worden. Dit in combinatie met het boek ‘Uitvinder van de Natuur’ over Alexander von Humboldt vormt het startpunt voor onze werken de aankomende jaren.

Hoe is het idee voor Relay ontstaan?

Voor Relay hergebruiken we oude elektronica, zodat het werk een levend karakter krijgt. Al snel kwamen we op een relais. Dat is een elektronische schakelaar. Het werkt als volgt: met een relatief kleine stroom wordt er een elektromagneet geactiveerd die op haar beurt een stukje metaal verplaatst; klik. Stroom weer uit; klak. Door er net te weinig stroom op te zetten krijg je in plaats van een klik een zoem, het stukje metaal trilt 50 keer per seconde heen en weer. Dit hadden we al vaker toegepast, bijvoorbeeld bij de schemerlampen van Encyclopedie voor de moderne huisvrouw.

Het idee is ontstaan naar aanleiding van een tekening van John. In tegenstelling tot de maak van Firebird, waarbij we heel associatief te werk gingen, zijn we nu bij een ‘echt’ begin begonnen. Waar we bij Firebird naast het idee direct ook begonnen met de inhoud van het stuk, gaan we dit keer de installatie zelf laten spreken. Het verhaal volgt als het werk gebouwd is.

Na het maken van Firebird, gemaakt van 400 oude autoachterlichten, kregen we de smaak te pakken. We wilden nog een installatie bouwen. Het toeval wil dat in auto’s ook zomaar een stuk of 10 relais zitten om van alles en nog wat te schakelen. Zoals de knipperlichten. Klik klak, klik klak. En om het geluid ook zichtbaar te maken hebben we er een dashboardlampje bij gesoldeerd, 2000 keer. Want hoe zou het zijn als je er een hele wand van hebt waar je lijnen over kunt laten bewegen? Of wolken? Klik klak, zoem zoem. We kunnen het misschien ook een oog geven zodat het ons kan zien. En misschien kunnen we het ook laten dromen?

Hoe pakken jullie de maak van dit stuk aan?

De eerste stap was een prototype zodat we het konden beluisteren. Hoe klinken 48 relais die brommen? Of hoe klinken ze in een choreografie van een lijnenspel? Heeft het potentie? Daarna volgde verder onderzoek naar het ideale klanklichaam om de relais op te bevestigen. Dit bleken de golfplaten uit de tuin van Bo te zijn. Toen was het een kwestie van opschalen naar een 14 meter brede opstelling. Omdat de installatie is opgebouwd uit gerecyclede automaterialen is het een kwestie van materiaal verzamelen. Gewoon naar de sloop gaan, heel hands on.

Nu is de installatie af en is het maken van de narratief van de installatie aangebroken. Hierbij volgen we verschillende routes: we hebben de bewegingen van dansers, via een camera, als real time input gebruikt. We hebben live mee gemusiceerd. We hebben ‘self generating patches’ uitgeprobeerd waarbij de computer volgens een aantal parameters haar eigen gang gaat. Momenteel onderzoeken we welke verhalen we op een associatief niveau met het werk kunnen vertellen. En (waarom ook niet) het ziet er naar uit dat we bij het ontstaan van het leven gaan beginnen…

Wat hopen jullie het publiek mee te geven?

Dit is altijd een lastige vraag… maar daar gaan we: In eerste instantie een overweldigende ervaring, dat we iets aanraken wat niet direct rationeel te benoemen is of zich verhoud tot de dagelijkse (actuele) topics. Eerder willen we een associatief en abstract gevoel aanspreken. Een energie laten vibreren. Eigenlijk dat wat bijvoorbeeld muziek te weeg kan brengen bij mensen.. maar dan ook in beeldend opzicht. Dus niet direct hoofdelijk, maar zonder sentimenteel of romantisch te zijn.
Ons werk neemt het publiek niet altijd direct mee aan de hand. De dramaturgie laat vaak veel ruimte voor eigen interpretatie en associatie. Het is heel goed mogelijk dat mensen verschillende ervaringen hebben over wat ze hebben gezien en gehoord. En dat mag. We hopen en denken met deze installatie wel dat die ervaring iets van een associatie met de natuur kan hebben. Het onvoorspelbare, de schoonheid of het machtige van de natuur bijvoorbeeld.
Het contrast dat we juist met zulk concreet materiaal en puur techniek zo’n poëtisch ervaring neerzetten is denk ik een belangrijk gegeven. 

Jullie werk is van muziektheater steeds meer tot installatiekunst geëvolueerd, vertel eens iets meer over deze ontwikkeling?

We hebben altijd al veel interesse in beeldend werk en zijn ook geen acteurs. Dat we theater zijn gaan maken is eigenlijk meer ontstaan omdat we met muziek alleen te beperkt waren en het beeldend meer wilde uitwerken. Theater- en podiumkunsten is daar heel erg geschikt voor. En zeker omdat we in het verleden vaak samenwerkten met acteurscollectieven kwamen we snel uit op een vorm van muziektheater. Doordat we steeds autonomer zijn gaan werken en bovendien bijna alle theatercollectieven een vorm van muziektheater zijn gaan maken (d.w.z. theater met veel muziek erbij) zijn wij steeds verder opgeschoven naar het beeldende/museale werk.

In 2014/2015 maakten we One Hot Minute (een voorstelling met een lopende band), toen werd voor het eerst duidelijk dat werken in de vorm van een installatie ons goed lag. Bij Firebird (2019) besloten we te onderzoeken wat er zou gebeuren als we de mensen op het podium helemaal weg laten. En daar bouwen we nu op voort.

Hoe is de samenwerking tussen jullie vieren ontstaan?

Vóór Touki Delphine hebben wij jarenlang als band samen gespeeld. Die band ontstond al op de middelbare school. We zijn na de middelbare school allemaal gaan studeren in Den Haag aan de KABK (Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst) en het Conservatorium.De popband werd steeds ‘arty-er’ en we kregen meer samenwerking met andere artistiekelingen uit de Nederlandse en Belgische kunst, muziek en theaterwereld.

Toen Kopna Kopna in 2004 stopte hielden we de behoefte om samen podiumkunst te maken. Licht, geluid en beeld stonden voor ons op gelijke voet en al snel maakte we onze eerste performances waarin popmuziek steeds meer kunst-muziek werd en we altijd een installatie op het podium hadden.

In 2019 heeft componist en muzikant Chris Doyle zich bij de groep gevoegd. We zijn een club van vier artistiekelingen, waarin ieder min of meer zijn eigen focus heeft. John komt meestal met de uitvindingen, de technische en beeldende dingen. Chris kan dan al snel en goed de techniek en de muziek bij elkaar brengen, met gebruik van computerprogramma’s. Bo en Rik zijn meer van het totaalplaatje. Maar eigenlijk maken we altijd alles met z’n vieren.

En tenslotte, waar komt jullie naam vandaan?

Touki Delphine ontstond rond 2004 in Kortrijk, België. We deden daar onze eerste residentie bij BUDA VZW. We hadden nooit eerder een naam nodig gehad dus moesten er spontaan een verzinnen. Bo Koek, Rik Elstgeest en John van Oostrum zaten voor Touki Delphine ontstond samen in de artpop band Kopna Kopna, maar daar hielden ze mee op.

Touki was de hond van Margien, de vriendin van Rik. We dachten aan ‘Touki Touki’ als mogelijke naam voor onze groep. Die avond in Kortrijk werden we door een stel Gentse meisjes meegevraagd naar een Scoutingfeest. We vroegen hen onderweg wat ze dachten bij ‘Touki touki’, een van de meisjes zei toen “Kom maar binnen”. Haar naam was Delphine.