Interview met Touki Delphine

Touki Delphine is Rik Elstgeest, Bo Koek, John van Oostrum en Chris Doyle. Het multimediale collectief gaat in 2020 op tournee met Botanical Wasteland, een coproductie met Theater Rotterdam, waarbij samengewerkt wordt met theatermakers Boogaerdt/Vanderschoot. De performance toont een toekomstige wereld waarin natuur en techniek versmolten zijn en de mens geen plek meer heeft. Drie van de vier Touki’s (Bo en John, die in het stuk spelen en meebouwden aan de botanische proeftuin, en Rik) spreken over Botanical Wasteland en mijmeren over de toekomst.

Hoe is de samenwerking met Boogaerdt/Vanderschoot ontstaan?

Bo Koek: “Uit nieuwsgierigheid. We zijn al een tijd fan van elkaar en delen een liefde voor abstracte voorstellingen. Op een gegeven moment kletsten we over wat we aan het doen waren en besloten we een soort testweek met elkaar te doen.”

John van Oostrum: “Bianca en Suzan hadden al een opzetje en daar doken wij in. Binnen een uur stonden we halfnaakt met een ballon en waren we een radio uit elkaar aan het halen. Dat voelde best goed. Daar zijn we een week mee doorgegaan.”

BK: “Het was vooral een kwestie van niet te lang lullen en vooral proberen. Zij zijn super clever en brachten heel toffe inspiratie van bioloog/filosoof Donna Haraway; wij hebben de kracht van onze muzikaliteit.”

JvO: “Zij hadden het idee voor een green screen en planten: op de groene bladeren beamden ze kunstmatige natuur. Daar plaatsten wij geluid in – bijvoorbeeld vogeltjes, die we digitaliseerden tot een soort sinustoon.”

BK: “Wij hadden twee heldere ideeën: we wilden een elektrisch apparaat – een auto in dit geval – uit elkaar halen en alle onderdelen opnieuw aansluiten en aansturen, zodat er mechanische muziekinstrumentjes ontstaan. Het andere idee was gebaseerd op inhoudelijke voorstellen van Boogaerdt/Vanderschoot: het medicijnwiel (een soort magische cirkel gebruikt door de Indianen), de jaargetijden en de elementen – op basis daarvan wilden wij een elektronische jungle maken. Daarmee creëer je zowel een instrument als het uitgangspunt voor hoe dat moet klinken. Met die ideeën zijn we de vloer opgegaan en al doende tot resultaten gekomen: denkend werken en werkend denken. We hielden ons niet echt bezig met het eindresultaat maar vooral met wat we allemaal konden uitvinden binnen dat bedachte kader.”

Wat hebben jullie uiteindelijk gemaakt?

BK: ‘Met het medicijnwiel als uitgangspunt wilden we natuur laten horen uit alle windstreken. Ik deed dat met field recordings uit de hele wereld: pinguïns en kikkers uit Noord-Amerika, het geluid van ijs in Berlijn, een zomermiddag in Polen. Die opnames legde ik over elkaar heen, waardoor een nieuwe field recording ontstond die zowel herkenbaar als vervreemdend was. Vervolgens zijn we die elektronisch gaan bewerken en beïnvloeden met livemuziek.

De soundtrack heeft een muzikale boog, gelinkt aan de seizoenen. Het begint heel open in de zomer, met een God-figuur op een lapsteel (een steelgitaar die op schoot ligt) terwijl een voice-over vertelt over het begin van de creatie. Je hoort natuurgeluiden en elektronische en mechanische geluiden van een ontwakende wereld. De herfst is zwaar, met slagwerk, veel elektronica en dynamiek. De winter is een tijd van incubatie, waarin de natuur zich terugtrekt in de grond – dat vraagt om verstilde muziek. En in de lente komt alles tot leven in een nieuwe natuur zonder mensen, met pneumatische apparaten die geluid maken.

John kan heel goed inschatten hoe hij apparatuur kan gebruiken op een andere manier dan het bedoeld is. In de ruimte die ontstaat door de fouten, ontstaan nieuwe dingen, nieuwe geluiden.”

JvO: “Voor de voorstelling hebben we achterlichten van auto’s gebruikt, radio’s en speakers. Die hebben we van de sloop gehaald; we wisten die heel goed te vinden op een zeker moment. Vooral voor achterlichten. Daar hebben we er uiteindelijk meer dan vierhonderd van gehaald, omdat we die ook nodig hadden voor Firebird, een installatie die we samen met Botanical Wasteland en een podcast op Oerol vertoonden. We kregen ze op het laatst echt voor weinig.

Alles wat je hoort en ziet bewegen in het decor hebben we gemaakt: de apparaten, slangetjes en simpele ballonnetjes. Het is belangrijk dat je iets ziet bewegen en klank produceren. Daarmee komt het tot leven en krijgt je er een emotionele relatie mee.

We hebben ook nog het laatste deel van de Vuurvogel suite van Stravinsky gebruikt, waar we al mee bezig waren voor Firebird. Van dat muziekstuk hebben we een versie gemaakt, waarmee de apparaten in de tuin worden aangestuurd. De piccolo is bijvoorbeeld een slangetje in een boom. De woodblocks zelf hoor je niet, maar die zijn verbonden aan een speaker van een radio, afgestemd op een lokale zender. In Rotterdam, waar de voorstelling op een theaterfestival speelde was dat Ujala Radio, op het ritme van de woodblocks hoorde je dan steeds een Indiase Bollywoodstem.”

BK: “Zo brengen we de buitenwereld binnen. Die Vuurvogel met zijn reïncarnatie klopt ook nog eens heel mooi met de lente, als je de nieuwe natuur ziet waar de mens één mee geworden is.”

Wat willen jullie vertellen?

BK: “Tot nu toe hadden we steeds de pogende mens onder een vergrootglas, maar nu zijn we met een ander soort engagement bezig. Het gaat meer over natuur en tijd en over een grotere tijdsspanne. Zeg maar vanaf de Gouden Eeuw, toen wetenschappers en kunstenaars elkaar nog inspireerden en van elkaar en de natuur leerden, naar een tijd waarin natuur een gebruiksvoorwerp is geworden. Dat idee is aangezwengeld door het boek The Invention of Nature van Andrea Wulf, over Alexander Humboldt. Hij zegt dat als we goed voor de natuur willen zorgen we er eerst van moeten houden. Daarvoor moet je gevoel losmaken en dat kunnen kunstenaars. Dichters, schrijvers en schilders kunnen overbrengen hoe het voelt om aan de voet van een berg te staan of onder een boom. Dat is overigens niet elitair: de oervolken maakten al natuurkunst door geluiden en kleuren vast te leggen en door te geven.”

JvO: “De natuur van vroeger krijgen we niet meer terug. Maar wel een nieuwe, waarin een symbiose ontstaat met technologie. Ik geloof dat bijvoorbeeld plastic afval uiteindelijk wordt opgenomen in een ecosysteem, met nieuwe schimmels die zich op dat plastic voeden.”

BK: “We poneren geen hoogdravende stellingen, maar proberen de schoonheid van de natuur te laten zien in klank en muziek. Zodat mensen verwonderd en nieuwsgierig raken. De apparaatjes ie John maakt zijn heel aantrekkelijk. Het publiek komt na deze voorstelling bijvoorbeeld van de banken af om te kijken hoe het werkt. Dat willen we.”

Waar zijn jullie nu mee bezig?

BK: “Nu gaan we eerst in Nederland toeren met Botanical Wasteland en we zijn over Firebird aan het praten met festivals in binnen- en buitenland: een festival in China, Down the Rabbit Hole en Welcome to the Village.”

JvO: “We zitten in een periode van transitie. In onze vorige stukken deden we steeds een soort hommage aan de doorsnee mens die iets probeert te maken van het bestaan en worstelt met de zinloosheid ervan. Nu is de mens langzaam uit ons universum aan het verdwijnen.”

Rik Elstgeest: “De mens doet een stapje terug en de evolutie neemt het over. In dit geval is dat de techniek. Wel een soort imperfecte techniek – juist waar de techniek hapert gebeurt er iets interessants. De klungelende mens maakt plaats voor de klungelende techniek.”

Zien we jullie dan straks helemaal niet meer?

JvO: “Zelf muziek maken en live spelen willen we niet missen. We zijn nu bijvoorbeeld al bezig om Firebird, waarin de mens helemaal ontbreekt, te combineren met livemuziek.”

RE: “De menselijke kant zal er altijd blijven. Juist in een wereld waarin alles heel snel gaat en techniek de boel overneemt, is er behoefte aan rust. Er is een verlangen naar een wereld zonder high tech uit een tijd waarin we niet wisten dat we bezig waren alles kapot te maken. Daarom vinden we het ook zo fijn om muziek te spelen van bijvoorbeeld Purcell, zoals we doen in De encyclopedie voor de moderne huisvrouw. Liederen uit 1600 waarbij je voelt dat mensen nog heel veel tijd namen voor alles. Die rust zit in de muziek. Wanneer je zelf muziek maakt besef je hoe simpel het óók kan zijn.